Als vuistregel geldt: je hebt ongeveer 100 watt vermogen nodig per vierkante meter die je wilt verwarmen. Een woonkamer van 30 m² vraagt dus om zo’n 3.000 watt aan elektrische verwarming. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk spelen isolatie, plafondhoogte en het gebruik van de ruimte een grote rol.
De basisberekening: hoeveel watt nodig voor elektrische verwarming?
De 100-watt-per-m²-norm is een vertrekpunt voor redelijk geïsoleerde ruimtes met een standaard plafondhoogte van ongeveer 2,4 tot 2,6 meter. Reken je kamer op deze manier door:
- Slaapkamer van 12 m²: circa 1.200 watt
- Werkkamer van 15 m²: circa 1.500 watt
- Woonkamer van 30 m²: circa 3.000 watt
- Open woon-keuken van 45 m²: circa 4.500 watt
De meeste elektrische kachels hebben een maximaal vermogen van 2.500 watt. Voor een woonkamer van 30 m² heb je dus al snel twee kachels nodig, of je kiest voor een elektrische radiator die speciaal voor grotere ruimtes is ontworpen.
Wanneer heb je meer of minder watt nodig?
Slechte isolatie verhoogt je benodigde vermogen flink. Een slecht geïsoleerde ruimte kan wel 150 watt per m² vragen in plaats van 100. Denk aan oudere woningen met enkel glas, dunne muren of een ongeïsoleerde vloer. In zo’n situatie kom je voor dezelfde woonkamer van 30 m² uit op 4.500 watt in plaats van 3.000.
Aan de andere kant kun je naar beneden bijstellen als de ruimte goed geïsoleerd is, bijvoorbeeld met triple glas en vloerverwarming als extra warmtebron. Dan volstaat soms 70 à 75 watt per m². Ook een hogere plafondhoogte werkt andersom: een ruimte met plafonds van 3 meter bevat meer lucht die verwarmd moet worden, wat zo’n 10 tot 20 procent extra vermogen kost.
Bijstellen op basis van ruimtegebruik
Een slaapkamer hoef je minder intensief te verwarmen dan een woonkamer. Daarvoor is 16 tot 18 graden al voldoende, terwijl een woonkamer meestal op 20 tot 21 graden staat. Je kunt voor slaapkamers dus gerust met een lager vermogen rekenen, richting 75 watt per m².
Een badkamer vraagt juist om een compacte kachel met snel opwarmvermogen. Omdat je er maar kort verblijft, is een model van 1.000 à 1.500 watt voor een gemiddelde badkamer van 6 tot 8 m² in de meeste gevallen voldoende.
Praktisch voorbeeld: heel huis elektrisch verwarmen
Stel je hebt een tussenwoning van 100 m² met gemiddelde isolatie. Dan kom je globaal uit op:
| Ruimte | Oppervlak | Benodigde wattage |
|---|---|---|
| Woonkamer | 35 m² | 3.500 W |
| Keuken | 12 m² | 1.200 W |
| Slaapkamer 1 | 16 m² | 1.200 W |
| Slaapkamer 2 | 12 m² | 900 W |
| Badkamer | 7 m² | 700 W |
| Hal en overig | 18 m² | 1.000 W |
| Totaal | 100 m² | ±8.500 W |
Dit totaal laat zien dat je voor een volledig elektrisch verwarmd huis rekening moet houden met een forse elektrische capaciteit. Controleer altijd of je groepenkast en aansluiting dit aankunnen, want de meeste huishoudens hebben een aansluiting van 3 x 25 ampère, wat neerkomt op maximaal circa 17.250 watt bij 230 volt. Zet je meerdere kachels tegelijk aan, dan loop je snel tegen grenzen aan.
Valkuil: te weinig vermogen kiezen
Een veelgemaakte fout is een kachel kopen die net te klein is. Een kachel die continu op volledig vermogen draait om een ruimte op temperatuur te houden, slijt sneller en werkt minder efficiënt dan een kachel die af en toe even uitstaat. Kies bij twijfel liever iets meer vermogen dan net te weinig. Je regelt de temperatuur dan met de thermostaat, niet door de kachel op de grens te laten draaien.
Gebruik de 100 watt per m²-formule als startpunt, pas die aan op isolatie en gebruiksdoel, en check daarna of je elektrische installatie het totale vermogen aankan. Zo zit je met de juiste elektrische verwarming niet te rillen én niet te zwoegen.



