Hoeveel watt heeft een magnetron nodig? Zo kies je de juiste stand

Voor snel opwarmen gebruik je bij de meeste gerechten 800 watt, voor ontdooien zet je de magnetron op 250 watt. Dat zijn de twee meest gebruikte standen, maar welk wattage je nodig hebt hangt af van wat je doet. Hieronder zie je precies welk vermogen bij welke taak past.

Welk wattage gebruik je waarvoor?

De meeste magnetrons hebben een vermogen tussen de 600 en 1200 watt, verdeeld over meerdere standen. Die standen lopen vaak van laag (100 tot 250 watt) naar hoog (700 tot 900 watt). Niet elke taak vraagt hetzelfde vermogen. Een overzicht:

Taak Aanbevolen wattage
Ontdooien ~250 watt
Zachte gerechten opwarmen (bv. saus, soep) ~450 tot 600 watt
Snel opwarmen van maaltijden ~800 watt
Groenten stomen of gaar maken ~700 tot 800 watt
Vloeistoffen opwarmen (bv. melk, koffie) ~600 watt

Bij een lager wattage duurt het langer, maar heb je meer controle. Dat is handig voor delicate gerechten die anders uitdrogen of overkoken. Bij een hoog wattage gaat het sneller, maar loop je sneller het risico dat de buitenkant heet is terwijl de binnenkant nog koud is.

Waarom ontdooien op laag wattage (250 watt)?

Ontdooien op een hoog wattage lijkt handig, maar werkt averechts. De buitenste laag van het voedsel begint al te garen of droog te worden terwijl de kern nog bevroren is. Op 250 watt trekken de microgolven dieper en geleidelijker door het product, waardoor je een gelijkmatig resultaat krijgt. Veel magnetrons hebben een aparte ontdooistand die automatisch op dit lagere wattage werkt.

Hoeveel watt heeft je magnetron zelf?

Het maximale vermogen van een magnetron staat op het typeplaatje, meestal aan de binnenkant van de deur of aan de achterkant van het apparaat. Dit is het wattage bij de hoogste stand. De tussenliggende standen (medium, medium-high enzovoort) zijn een percentage van dat maximum. Bij een magnetron van 900 watt is “medium” doorgaans rond de 450 watt.

Staat geen wattage op je apparaat? Doe dan de watertest: vul een maatbeker met 1 liter koud water, zet de magnetron op de hoogste stand en stop de tijd totdat het water kookt. Kookt het in 3,5 minuten? Dan is het vermogen waarschijnlijk rond de 600 tot 650 watt. Kookt het in 2 minuten? Dan zit je eerder op 900 watt of meer.

Magnetron watt en de bereidingstijd op de verpakking

Op kant-en-klaarmaaltijden staat vaak een bereidingstijd vermeld, met een bijbehorend wattage. Staat er “5 minuten op 800 watt” en heb jij een magnetron van 600 watt? Dan heb je meer tijd nodig. Een eenvoudige manier om dat bij te stellen:

  • Deel het wattage op de verpakking door het wattage van jouw magnetron.
  • Vermenigvuldig de aanbevolen tijd met die uitkomst.

Voorbeeld: verpakking zegt 4 minuten op 800 watt, jij hebt 600 watt. Dan is de berekening: (800 / 600) x 4 minuten = ongeveer 5,3 minuten. Rond dit af op 5 à 6 minuten en controleer halverwege.

Veelgemaakte fouten bij het instellen van het wattage

De meest voorkomende fout is alles op de hoogste stand zetten. Dat werkt goed voor snel opwarmen van stevige gerechten, maar niet voor rijst, eieren of gerechten met kaas. Die worden taai, rubberachtig of overkoken. Zet dit soort gerechten op 500 tot 600 watt en verleng de tijd iets.

Een tweede valkuil: halverwege niet omroeren of omdraaien. Ongeacht het wattage verwarmt een magnetron niet volledig gelijkmatig. Roer of draai je gerecht op de helft van de tijd om om koude plekken te voorkomen.

Welk wattage je ook gebruikt, laat het eten na de magnetron altijd even 1 tot 2 minuten staan. De warmte verdeelt zich dan nog verder door het gerecht, wat zorgt voor een gelijkmatiger resultaat.