Gemiddeld verbruik water: hoeveel gebruik jij per dag?

Het gemiddeld verbruik van water in Nederland ligt op 141 liter per persoon per dag. Dat komt neer op ruim 51.000 liter per jaar, wat overeenkomt met de inhoud van twee volle zwembaden van 10 bij 5 meter. Dat is een flinke hoeveelheid voor iets wat je nauwelijks bewust bijhoudt.

Maar waar gaat al dat water precies naartoe? En hoe verhoudt jouw eigen gebruik zich tot dat gemiddelde? Hieronder lees je wat die 141 liter inhoudt en waar de grootste verbruikers zitten.

Waar gaat het gemiddeld waterverbruik naartoe?

Die 141 liter per dag verdeel je over tientallen momenten. De douche is verantwoordelijk voor het grootste deel. Een gemiddelde douchebeurt duurt zo’n 8 minuten en verbruikt daarbij al gauw 60 tot 80 liter, afhankelijk van de doorstroomsnelheid van de douchekop. Douche je met een waterbesparende kop, dan scheelt dat al snel 20 liter per beurt.

Het toilet spoelen staat op de tweede plek. Oudere toiletten gebruiken tot 9 liter per spoeling, nieuwere modellen zitten op 3 tot 6 liter. Als je meerdere keren per dag doorspoelt, tikt dat flink aan. Een gezin van vier personen verbruikt op die manier snel 30 tot 50 liter per dag puur aan toiletwater.

Andere grote verbruikers:

  • Wasmachine: 40 tot 60 liter per wasbeurt
  • Vaatwasser: 10 tot 15 liter per beurt (zuiniger dan handafwassen)
  • Handenwassen, tanden poetsen en wassen: samen 10 tot 20 liter per dag
  • Koken en drinken: ongeveer 2 tot 3 liter per dag

Opvallend: van al het water dat je op een dag gebruikt, drink je maar een heel klein deel. Het grootste deel verdwijnt via de afvoer zonder dat je het echt “gebruikt” in de woordelijke zin.

Hoeveel water is normaal voor een huishouden?

Het gemiddelde van 141 liter geldt per persoon. Voor een huishouden van twee personen kom je dan op ongeveer 282 liter per dag, een gezin van vier zit al snel op meer dan 560 liter. Dat zijn stevige volumes als je bedenkt dat dat elke dag opnieuw stroomt.

Eenpersoonshuishoudens verbruiken per persoon vaak iets meer dan het gemiddelde, omdat bepaald verbruik (zoals de vaatwasmachine of de wasmachine) niet evenredig schaalt. Een volledig gevulde wasmachine voor één persoon verbruikt net zoveel water als diezelfde machine voor een heel gezin.

Wanneer zit je boven of onder het gemiddelde?

Gebruik je meer dan 141 liter per dag, dan is de kans groot dat je lang doucht, de kraan laat lopen tijdens het tanden poetsen of een bad neemt. Een bad vol water bevat al gauw 150 tot 200 liter, meer dan je dagelijkse gemiddelde in één keer dus.

Gebruik je minder, dan douche je waarschijnlijk kort, spoel je het toilet met een waterbesparend model en let je op de kraan. Mensen die bewust met waterverbruik omgaan, zitten soms op 80 tot 100 liter per dag. Dat is geen extreme besparing, maar vraagt wel om een paar bewuste gewoontes.

Hoe vergelijk je je eigen verbruik?

Je kunt je eigen waterverbruik aflezen via de watermeter, die bij de meeste woningen bij de meterkast of in de kruipruimte zit. Noteer de stand op twee momenten (bijvoorbeeld begin en eind van de week) en deel het verschil door het aantal personen en het aantal dagen. Zo zie je direct of je boven of onder de 141 liter per dag zit.

Veel waterbedrijven bieden ook online tools of jaarlijkse overzichten waarmee je je verbruik kunt vergelijken met het Nederlandse gemiddelde. Dat geeft een goed startpunt als je wilt besparen.

141 liter per dag klinkt misschien abstract, maar als je weet dat de douche, het toilet en de wasmachine samen al het leeuwendeel opeisen, zie je al snel waar je de meeste winst kunt halen. Zelfs kleine aanpassingen in die drie gewoontes maken op jaarbasis een merkbaar verschil, zowel voor je waterrekening als voor het milieu.