Per groep in je meterkast mag je als vuistregel rekenen op maximaal 3.500 watt. Dat is het getal dat elektriciens en installateurs het vaakst aanhouden, en het geldt voor een standaard groep van 16 ampère op 230 volt. Trek je er iets buffer vanaf om veilig te blijven, dan kom je op zo’n 3.000 tot 3.500 watt als praktisch maximum per groep.
De reden dat dit getal zo belangrijk is: elke groep is beveiligd met een zekering of automaat. Zodra er te veel stroom doorheen gaat, springt die eruit. Weet je hoeveel watt een groep aankan, dan voorkom je dat je apparaten uitvallen of, erger, dat bekabeling te heet wordt.
Hoeveel watt per groep: de berekening
De formule is simpel: watt = volt × ampère. In Nederland werken we met 230 volt. Een standaardgroep heeft een zekering van 16 ampère. Dat geeft: 230 × 16 = 3.680 watt. De vuistregel van 3.500 watt zit daar net onder, en dat is bewust. Je wilt nooit continu op het maximum zitten, want zekeringen kunnen al uitslaan bij een belasting van 80 tot 100 procent over langere tijd.
Sommige groepen in nieuwere woningen of bij een verzwaard aansluitvermogen hebben een automaat van 20 of 25 ampère. Dan is het maximum respectievelijk 4.600 of 5.750 watt. Maar voor de meeste gewone stopcontactgroepen thuis geldt: ga uit van 16 ampère en dus ongeveer 3.500 watt.
Wat past er op één groep?
Ter vergelijking: een paar veelgebruikte apparaten en hun verbruik op een rij.
- Waterkoker: 2.000 tot 3.000 watt
- Magnetron: 800 tot 1.200 watt
- Koffiezetapparaat: 800 tot 1.500 watt
- Haardroger: 1.200 tot 2.200 watt
- Wasmachine: 1.800 tot 2.200 watt
- Televisie (gemiddeld): 50 tot 200 watt
- Laptop: 30 tot 100 watt
Je ziet meteen waar het misgaat: als je een waterkoker en een koffiezetapparaat tegelijk aansluit op dezelfde groep, zit je al snel op 4.000 watt of meer. Dan slaat de automaat eruit. Dat is ook de reden dat keukens vaak twee of meer aparte groepen hebben.
Wanneer gooit je groep eruit?
Een automaat van 16 ampère slaat niet direct uit op het moment dat je 3.680 watt bereikt. Hij is bestand tegen kortdurende pieken, zoals de opstartpiek van een wasmachine of stofzuiger. Maar bij een langdurige overbelasting, of bij een echte kortsluiting, gaat hij wel meteen of na korte tijd uit. Heb je een groep die steeds uitvalt zonder duidelijke reden? Bereken dan even de totale belasting van alle apparaten die erop aangesloten zijn. Dat is de snelste manier om het probleem te vinden.
Zware apparaten op een eigen groep
Sommige apparaten mogen of moeten sowieso op een eigen groep. Denk aan een elektrische oven, een vaatwasser, een droger of een elektrische laadpaal. Niet omdat de wet dat altijd verplicht, maar omdat ze zoveel vermogen trekken dat ze een gewone stopcontactgroep structureel overbelasten. Een elektrische oven zit al snel op 2.000 tot 3.500 watt alleen. Combineer je die met andere apparaten op dezelfde groep, dan heb je een probleem.
Een goede elektrische installatie verdeelt het verbruik bewust over meerdere groepen, zodat geen enkele groep structureel dicht bij zijn maximum zit. Twijfel je of jouw situatie klopt? Een erkende elektricien kan de groepenverdeling in je meterkast beoordelen en aanpassen als dat nodig is.
De vuistregel blijft simpel: houd het bij 3.500 watt per groep van 16 ampère, bereken welke apparaten je tegelijk gebruikt en verdeel zware verbruikers over aparte groepen. Dat is de makkelijkste manier om problemen te voorkomen.



