De televisie werd uitgevonden in de jaren twintig van de twintigste eeuw. De eerste werkende beeldoverdracht vond plaats in 1926, maar wie precies de uitvinder is van de televisie zoals wij die kennen, is tot op de dag van vandaag onderwerp van discussie. De vraag “wanneer is de televisie uitgevonden?” heeft dan ook geen simpel eenduidig antwoord, want de tv ontstond stap voor stap, dankzij meerdere uitvinders tegelijk.
De eerste stappen richting de televisie
Het idee om bewegende beelden op afstand te versturen ontstond al in de negentiende eeuw. Wetenschappers en uitvinders droomden ervan om beeld net zo te verzenden als geluid via de radio. De technische kennis om dit echt te doen, was er toen nog niet. Toch legden experimenten met elektrische signalen en lichtsensoren in die periode de basis voor wat later de televisie zou worden.
Een belangrijke vroege stap was de uitvinding van de nipkowschijf door de Duitser Paul Nipkow in 1884. Dit was een ronddraaiende schijf met gaatjes die een beeld kon opdelen in kleine stukjes. Het principe was eenvoudig maar slim: door het beeld op te splitsen en snel achter elkaar te verzenden, kon het aan de andere kant weer worden samengesteld. Dit mechanische systeem vormde de basis voor de eerste televisie-experimenten.
1926: de eerste publieke demonstratie
De Schot John Logie Baird geldt als de eerste persoon die een werkend televisiesysteem publiekelijk demonstreerde. Op 26 januari 1926 liet hij in Londen zien hoe hij bewegende beelden kon overbrengen via een mechanisch systeem, gebaseerd op het principe van de nipkowschijf. De beelden waren nog vaag en klein, maar het werkte. Dit moment wordt door velen gezien als de geboorte van de televisie.
Baird werkte met een mechanisch systeem: bewegende onderdelen zorgden voor het opnemen en weergeven van het beeld. Dit was een logische eerste stap, maar het had beperkingen. De beeldkwaliteit bleef matig en het systeem was gevoelig voor storingen.
Wie is de eigenlijke uitvinder van de moderne tv?
Terwijl Baird experimenteerde met zijn mechanische aanpak, werkten anderen aan een volledig elektronisch systeem. Twee namen staan daarin centraal: de Amerikaan Philo Farnsworth en de Russisch-Amerikaanse uitvinder Vladimir Zworykin.
Farnsworth ontwikkelde al op jonge leeftijd het idee voor een elektronische beeldbuis. In 1927 slaagde hij erin om via zijn uitvinding een elektronisch beeld over te dragen. Zworykin werkte voor het bedrijf RCA en ontwikkelde een vergelijkbaar systeem, de iconoscoop, een elektronische camera. Over wie het eerst een volledig werkend elektronisch televisiesysteem had, wordt tot op de dag van vandaag nog gedebatteerd.
Wat vaststaat is dat het elektronische systeem van Farnsworth en Zworykin de mechanische aanpak van Baird uiteindelijk verving. De moderne televisie zoals wij die kennen, is gebaseerd op dit elektronische principe.
Van laboratorium naar huiskamer
Na de eerste demonstraties in de jaren twintig duurde het nog even voordat de televisie bij mensen thuis terechtkwam. In de jaren dertig begonnen de eerste officiële televisiezenders met uitzenden. De BBC in Engeland startte in 1936 met reguliere uitzendingen. In Nederland begon de reguliere televisie-uitzending pas in 1951, toen de Nederlandse Televisie Stichting voor het eerst op de buis verscheen.
In de jaren vijftig en zestig groeide het bezit van een televisietoestel snel. Wat eerst een luxeproduct was, werd in korte tijd een gewoon huishoudelijk apparaat. Bijna elk gezin had aan het einde van de jaren zestig een televisie in de woonkamer staan.
Van zwart-wit naar kleur en verder
De vroegste televisies waren zwart-wit. Kleurentelevisie bestond al in de jaren veertig als technisch concept, maar werd pas in de jaren zestig breed beschikbaar voor consumenten. In Nederland werd kleur-tv in 1967 geïntroduceerd.
Daarna ging de ontwikkeling snel. De dikke kathodestraalbuis maakte place voor platte schermen. Eerst plasma, daarna lcd en led. Tegenwoordig kijk je op dunne, scherpe schermen met een resolutie die vroeger ondenkbaar was. En waar je vroeger gebonden was aan de uitzendtijden van een zender, kun je nu op elk moment kijken wat je wilt, op de televisie én op je telefoon of tablet.
Tijdlijn: de televisie in het kort
- 1884: Paul Nipkow bedenkt de nipkowschijf, een mechanisch systeem om beelden op te splitsen.
- 1926: John Logie Baird demonstreert publiekelijk de eerste werkende televisie in Londen.
- 1927: Philo Farnsworth toont de eerste volledig elektronische beeldoverdracht.
- 1936: De BBC begint met reguliere televisie-uitzendingen in Engeland.
- 1951: De Nederlandse televisie gaat van start.
- 1967: Kleurentelevisie wordt geïntroduceerd in Nederland.
- Jaren 2000 en later: opkomst van flatscreens, smart-tv en online streaming.
De televisie heeft een rijke geschiedenis
De televisie is niet op één dag uitgevonden door één persoon. Het is het resultaat van tientallen jaren experimenteren, verbeteren en voortbouwen op elkaars werk. Van de nipkowschijf in 1884 tot de eerste publieke demonstratie in 1926 en de elektronische doorbraak van Farnsworth en Zworykin, elke stap bracht de tv dichter bij wat hij vandaag is. En die ontwikkeling staat nog steeds niet stil.
Veelgestelde vragen
Wanneer is de televisie uitgevonden?
De televisie werd voor het eerst publiekelijk gedemonstreerd op 26 januari 1926 door de Schot John Logie Baird. De moderne, volledig elektronische televisie werd kort daarna ontwikkeld door Philo Farnsworth en Vladimir Zworykin, rond 1927 en de jaren daarna.
Wie heeft de televisie uitgevonden?
Er is niet één uitvinder van de televisie. John Logie Baird demonstreerde als eerste een werkend systeem in 1926. Philo Farnsworth en Vladimir Zworykin ontwikkelden onafhankelijk van elkaar de elektronische televisie. Over wie van hen de echte uitvinder is van de moderne tv, bestaat tot op de dag van vandaag discussie.
Wanneer kwam de televisie in Nederlandse huishoudens?
De reguliere televisie-uitzendingen in Nederland begonnen in 1951. In de jaren vijftig en zestig groeide het aantal huishoudens met een televisie snel, totdat het aan het einde van de jaren zestig een gewoon apparaat in bijna elke woonkamer was geworden.
Wat is het verschil tussen mechanische en elektronische televisie?
Mechanische televisie, zoals het systeem van Baird, maakte gebruik van bewegende onderdelen zoals een ronddraaiende schijf om beelden op te nemen en weer te geven. Elektronische televisie, ontwikkeld door Farnsworth en Zworykin, werkte volledig met elektrische signalen en een beeldbuis, zonder bewegende mechanische delen. De elektronische variant gaf een betere beeldkwaliteit en verving uiteindelijk het mechanische systeem volledig.



